Toekomstige Wet wijziging woonplaatsbeginsel geeft jeugdhulpaanbieder houvast

Momenteel staat de Ministeriële regeling over de plichten van gemeenten ten aanzien van het woonplaatsbeginsel open voor consultatie. Verschillende partijen, naar verwachting gemeenten en VGN, gaan reageren op de concept regeling en delen hun inzichten over de werkbaarheid in de praktijk. De Ministeriële regeling is voorlopig dan ook nog niet van kracht. In het belang van informatieverstrekking en duiding delen wij in dit artikel alvast de belangrijkste wijzigingen.

Bij Ministeriële regeling wordt in de Wet wijziging woonplaatsbeginsel artikel 8.2.1 van de Jeugdwet gewijzigd. Het artikel biedt zorgaanbieders van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering in de toekomst meer duidelijkheid ten aanzien van drie plichten van de gemeente: de betaal-, onderzoeks- en informatieplicht. Deze verplichtingen veranderen zaken ten gunste van zorgaanbieders en verkleinen het financiële risico ten aanzien van de facturen voor jeugdhulp.[1]

Betaalplicht
Zorgorganisaties mogen de geleverde jeugdhulp in rekening brengen bij de gemeente, op grond van toekenning of instemming. Deze gemeente moet vervolgens de factuur betalen aan de betreffende aanbieder. Dit is de reeds bestaande betaalplicht. Jeugdigen kunnen jeugdhulp krijgen via gemeentelijke toegang of via wettelijke verwijzers. Als de jeugdige jeugdhulp ontvangt via de gemeente, dan ontvangt de aanbieder in de regel een toewijzing of toekenning van de gemeente. Door deze bevestiging weet de zorgorganisatie bij welke gemeente de facturen en declaraties kunnen worden ingediend.

Een ander deel van de jeugdhulptrajecten starten via de wettelijke verwijzers. In deze gevallen komt het voor dat jeugdigen in het begin van het traject jeugdhulp ontvangen bij de aanbieder zonder tussenkomst van een gemeente. Dit is ook het geval bij doorverwijzing door de huisarts. In deze situatie kan de aanbieder onderzoeken en navragen in welke gemeente de jeugdige zijn woonplaats heeft (woonplaatsbeginsel), en welke gemeente financieel verantwoordelijk is. Juist in deze situatie kan hier bij jeugdigen in de praktijk onduidelijkheid over zijn, denk aan gescheiden ouders met verschillende woonplaatsen, gezag beperkende maatregelen, pleeggezinnen, etc.

Informatieplicht
Een zorgorganisatie kan zodoende bij de gemeente een informatieverzoek indienen om te achterhalen welke gemeente financieel verantwoordelijk is. De gemeente bij wie dit verzoek binnenkomt, stemt dit af met de andere gemeente die mogelijk verantwoordelijk is. In de Wet wijziging woonplaatsbeginsel is opgenomen dat een gemeente een aanbieder binnen een redelijke termijn moet informeren welke gemeente financieel verantwoordelijk is. De redelijke termijn is in deze regeling bepaald en vastgesteld op twee weken na ontvangst van het informatieverzoek. De gemeente die het verzoek ontvangt is verantwoordelijk om de aanbieder uitsluitsel te geven.

Als een gemeente zich in eerste instantie financieel verantwoordelijk achtte, maar door onderzoek van een andere gemeente verneemt dat in feite een andere gemeente financieel verantwoordelijk is, dan moeten de gemeenten onderling de facturen verrekenen. Reeds toegezonden facturen door de aanbieder moeten door de gemeenten worden betaald die meende financieel verantwoordelijk te zijn, zodat de zorgaanbieder geen hinder ondervindt van de vergissing van de gemeente. De gemeente die de factuur in eerste instantie heeft betaald, informeert de zorgaanbieder. Dit is de informatieplicht.

Onderzoeksplicht
De onderzoeksplicht en de verantwoordelijkheid voor het juist vaststellen van de woonplaats is in deze regeling verduidelijkt en rust zodoende bij de gemeente, en niet bij de aanbieder. Gemeenten zijn immers verantwoordelijk voor de jeugdhulp en zijn geautoriseerd om de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) te raadplegen. Dit maakt gemeenten de aangewezen partij om uit te zoeken wie financieel verantwoordelijk is.

Overschrijding redelijke termijn
Als de gemeente de termijn van 14 dagen overschrijdt, noemt men dit termijnoverschrijding. Hierbij gelden de gebruikelijke voorschriften uit de Algemene wet bestuursrecht. Als de gemeente niet binnen 14 dagen de gevraagde informatie kan verstrekken, dan informeert de gemeente de zorgaanbieder over binnen welke zo kort mogelijke termijn zij alsnog aan het gevraagde informatieverzoek kan voldoen. De gemeente die het informatieverzoek ontvangt is hier verantwoordelijk voor. Als ook deze termijn is overschreden, dan kan de aanbieder de gemeente in gebreke stellen.

Concluderend
De bepalingen in de Ministeriële regeling bevatten zodoende mogelijk op termijn gunstige bepalingen voor zorgaanbieders en geven de nodige houvast omtrent de plichten bij het woonplaatsbeginsel.

[1] Daar waar in dit artikel jeugdhulp geschreven staat, kan ook kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering gelezen worden.

Van Regels naar Mensen

Dit team van creatieve aanpakkers en bevlogen professionals pakt vraagstukken bij de kern beet.

Maak kennis met BOUF
Contact