DE POSITIE VAN ZORGAANBIEDERS BIJ DE ‘VOOR- EN ACHTERDEUR’ IN DE AANPAK VAN FRAUDE

Afgelopen week heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de nieuwe Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) aangekondigd met de zin: ‘controleer eenvoudig en snel of u al goede zorg en jeugdhulp verleent!’ De politiek heeft de roep vanuit verschillende invalshoeken gehoord om maatregelen te treffen die fraude in de zorg moeten tegengaan.

Fraude in de zorg komt helaas voor en het is belangrijk dat instanties de middelen krijgen om de gepleegde fraude op te sporen en frauduleuze zorgaanbieders aan te pakken. Ook voor het zorgveld is dit een belangrijke stap. Niemand zit te wachten op ‘zorgcowboys’ die profiteren van collectief opgebracht gemeenschapsgeld, waardoor de goede naam van vele beroepsgroepen in een kwaad daglicht wordt gebracht. Het is wel belangrijk dat bij de nieuwe maatregelen ook de rechtspositie voor zorgaanbieders gewaarborgd blijft. Deze blog geeft inzicht op welke punten een verbetering wenselijk is om de (rechts)positie van zorgaanbieders te versterken.

Toekomstige wetgeving
Op 1 januari 2022 treedt de Wtza in werking. Deze wet bevat nieuwe toetredingsregels voor zorg- en jeugdhulpaanbieders, met onder andere een meld- en vergunningsplicht. Naast het belang van goede zorg, gaat deze wet vooral over het realiseren van transparantie en een aanspreekcultuur tussen de verschillende partijen. Alle zorgaanbieders gaan dit o.a. doen door de jaarverantwoording te publiceren.

Het Wetsvoorstel bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) gaat nog een paar stappen verder om de bestrijding van fraude in de zorg efficiënter vorm te geven. Zoals het realiseren van het Informatieknooppunt zorgfraude (IKZ) om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Instanties zoals gemeenten, zorgverzekeraars en belastingdienst kunnen signalen over fraude in de zorg verwerken in dit systeem. Andere instanties kunnen deze gegevens aanvullen met bijkomende informatie (bv. met gegevens uit de jaarverantwoording of uit het handelsregister). Een tweede onderdeel uit het wetsvoorstel betreft het Waarschuwingsregister zorgfraude. Zowel zorgmedewerkers of zorginstellingen (lees natuurlijke- en rechtspersonen) kunnen bij een ‘gerechtvaardigde overtuiging’ van fraude in de zorg in het waarschuwingsregister worden geplaatst door zorgverzekeraars of gemeenten.

Het wetsvoorstel is vooralsnog controversieel verklaard. Dit betekent dat het wetsvoorstel niet meer inhoudelijk wordt behandeld zolang het kabinet demissionair is. Hierdoor heeft het zorgveld nog de mogelijkheid gekregen om de wetgever te wijzen op de ongewenste effecten van dit wetsvoorstel, welke verderop in deze blog aangestipt worden.

Noodzakelijk verband tussen Wtza en Wbsrz of een ongewenste samenloop van wetten?
Beide wetten beogen hetzelfde doel te bereiken: het tegengaan van fraude in de zorg. De Wtza doet dit aan de ‘voordeur’. De voorwaarden voor toetreding op de markt zijn verscherpt en uitgebreid. Voor de toetreding is naast de meldplicht in veel gevallen een vergunning nodig. Om de vergunning ook daadwerkelijk te krijgen en behouden, worden veel gegevens uitgevraagd.

Het wetsvoorstel Wbsrz creëert voor zorgaanbieders op langere termijn een duidelijke ‘achterdeur’. Bij een toename van signalen in het IKZ en meldingen in het waarschuwingsregister komt er voor een zorgaanbieder veel op het spel te staan. De informatie die is opgevraagd onder de Wtza kan door verschillende instanties worden gedeeld in het IKZ. Daarnaast leidt het nog niet nader geconcretiseerde ‘gerechtvaardigde overtuiging’ ertoe dat gemeenten en zorgverzekeraars zorgverlener of zorgaanbieder kunnen laten opnemen in het Waarschuwingsregister. Belangrijke middelen om fraude in de zorg te stoppen, maar is de (rechts)positie van de zorgaanbieder voldoende gewaarborgd in dit wetsvoorstel?

Positie zorgaanbieder Wbsrz
De hiervoor genoemde maatregelen zijn voor zorgaanbieders niet zonder gevolgen. Daarom zou de wetgever er goed aan doen om bij de behandeling van het wetsvoorstel onderstaande punten mee te nemen:

Er moet sprake zijn van opzet
Het is belangrijk te benadrukken dat voor het bewijs van fraude in de zorg opzet dient te worden aangetoond. Iemand kan niet per ongeluk fraude plegen. De Nederlandse gezondheidszorg is de afgelopen jaren blootgesteld aan veel nieuwe regels en wetten. Deze nieuwe regels worden door het veld ervaren als complex. Door de waan van de dag, een tekort aan personeel en een primaire taak tot het geven van goede zorg, is het goed denkbaar dat ook per ongeluk registratie- en declaratiefouten worden gemaakt.

Om te kunnen spreken over fraude moet het bijvoorbeeld echt gaan om valsheid in geschrifte, bedrog of verduistering, met als achterliggend doel daar een voordeel uit te halen waarop de zorgaanbieder geen recht heeft. De juridische uitleg van het begrip fraude en het zwaarwegende opzetvereiste dat hieruit voortvloeit, sluit dan ook niet goed om bij een ‘gerechtvaardigde overtuiging’ te worden opgenomen in het Waarschuwingsregister. Deze term impliceert immers een lichtere kwalificatie en is bovendien (nog) niet nader uitgelegd door de wetgever.

Nadere invulling protocol samen met beroepsgroepen
De term ‘gerechtvaardigde overtuiging’ wordt vermoedelijk uitgewerkt door de zorgverzekeraars (ZN) en gemeenten (VNG) in een protocol. Dit protocol moet immers de criteria en waarborgen gaan bevatten hoe een medewerker of zorginstelling in (en uit) het Waarschuwingsregister komt. Het is een gemiste kans dat beroepsgroepen uit het veld tot op heden niet zijn gevraagd mee te denken bij de invulling van dit protocol. Om te komen tot zorgvuldige criteria en passende waarborgen, is het belangrijk om alle relevante partijen te consulteren. Instemming zorgt voor draagvlak. Draagvlak draagt bij aan het vergroten van het onderlinge vertrouwen.

Geen level playing field
De vorige bevinding brengt ons naar het volgende punt. De gelijkwaardige positie tussen gemeenten/zorgverzekeraars en de zorgaanbieders staat onder druk. Het is mogelijk dat gevraagde informatie bij het toetredingsproces tot de markt, in een later stadium terechtkomt in het IKZ. Ook een (mogelijk onterechte) melding in het Waarschuwingsregister is voor zowel gemeenten als zorgverzekeraars te achterhalen en te gebruiken, bijvoorbeeld in de contracteringsfase of tijdens de aanbestedingsprocedure. Aangescherpte contractvoorwaarden tot het beëindigen van een overeenkomst behoren tot de mogelijkheden.

Onzekere rechtspositie
Het is nog onvoldoende duidelijk hoe een zorgverlener of aanbieder kan opkomen tegen een mogelijk onterechte melding in het Waarschuwingsregister. De registratie in het Waarschuwingsregister wordt niet gezien als een besluit in de van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is de bezwaar- en beroepsprocedure geen juridische optie. Er blijven andere juridische mogelijkheden bestaan (een procedure op grond van de onrechtmatige daad of het schenden van privacy rechten), maar deze opties zijn beperkter en staan niet in verhouding met de gevolgen voor een zorgaanbieder nadat hij is opgenomen in het register.

Behoefte aan onafhankelijke toets
Tot slot is nog niet duidelijk of de melding wordt onderzocht door een onafhankelijke instantie (zoals een geschillen- of toetsingscommissie of het OM). Een opname in het Waarschuwingsregister volgt hierdoor na een ‘eigen onderzoek’ van de zorgverzekeraar of gemeente. Ook dit is niet bevorderlijk voor het creëren van een meer gelijkwaardige positie tussen de verschillende partijen.

Oproep tot balans
Vanaf 2022 wordt fraude in de zorg met deze twee nieuwe wetten aangepakt en krijgen verschillende instanties meer middelen en mogelijkheden om de fraude een halt toe te roepen. Ook voor het zorgveld is dit een belangrijke stap. Tijd en inzet van zorgmedewerkers is een groot goed en de collectief opgebrachte zorggelden dienen zorgvuldig te worden besteed. We moeten alleen niet uit het oog verliezen dat genomen maatregelen proportioneel en uitvoerbaar zijn voor alle zorgaanbieders, voorzien van voldoende onafhankelijke en juridische waarborgen. Zo wordt de positie gelijkwaardiger en groeit het draagvlak vanuit het veld voor de toekomstige wetgeving.

mr. Laura van Vliet en mr. Danielle Kikken

Van Regels naar Mensen

Dit team van creatieve aanpakkers en bevlogen professionals pakt vraagstukken bij de kern beet.

Maak kennis met BOUF
Contact