Nieuwe bepalingen in de Wgbo sinds 1 januari 2020

De wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) is per 1 januari 2020 gewijzigd. De wijziging van de Wgbo is een voortvloeisel uit het ingetrokken wetsvoorstel Wet Cliëntenrechten Zorg (WCZ). Destijds was de WCZ een ambitieus voorstel om de cliëntenrechten die verspreid waren over verschillende wetten te verankeren in één wet. Het gesneuvelde voorstel heeft geleid tot de huidige Wkkgz en nu ook een wetswijziging in de Wgbo.

De Wgbo ziet op de relatie tussen patiënt (cliënt) en de hulpverlener en de gemeenschappelijke deler van de belangrijkste wijzigingen is het centraal stellen van de patiënt, het versterken van haar positie.

Informatieplicht

De eerste wijziging van de Wgbo is de uitbreiding van de informatieplicht in artikel 7:448 BW. Voorheen bestond het klassieke medische model waarbij de hulpverlener de expertrol aannam in het gesprek met de patiënt om informatie over de behandeling, kansen en risico’s te delen. De keuze van behandeling werd overgelaten aan de hulpverlener, omdat hij op dit gebied de meeste kennis bezit. De wijziging brengt met zich mee dat er een nieuw model ontstaat, het relatiemodel. Dit houdt in dat de hulpverlener de dialoog aan gaat met de patiënt. De patiënt is een volwaardige gesprekspartner, waarbij wederzijds vertrouwen en therapietrouw centraal staan. Samen beslissen, ook wel ‘shared decision making’ genoemd, is een centrale waarde in het gesprek. Om de positie van de patiënt nog verder te versterken wordt de vrijheid om een keuze te maken over zijn behandeling meer benadrukt. De hulpverlener wordt als klankbord gebruikt. De uitbreiding van deze informatieplicht geldt voor zowel ingrijpende als standaardverrichtingen.

Bewaartermijn

De actualisering van de bewaartermijn van het medisch dossier is een tweede wijziging. De bewaartermijn in artikel 7:454 lid 3 BW wordt verlengd van 15 jaar naar 20 jaar, dit in verband met de hogere levensverwachting van de mens. Het is relevant om van een langere periode terug de medische gegevens te kunnen inzien van een patiënt. Daarnaast is ook de aanvang van de bewaartermijn veranderd. De bewaartermijn zal starten na de laatste wijziging van het dossier, bijvoorbeeld nadat de behandeling of begeleiding stopt. Het kan dus zo zijn dat bepaalde gegevens langer dan 20 jaar bewaard zullen worden. In de praktijk werd dit uitgangspunt al langer gehanteerd. De wijziging sluit dus aan bij de al bestaande praktijk.

Inzagerecht nabestaanden

Een andere belangrijke wijziging is het inzagerecht voor nabestaanden in artikel 7:458a BW. Het inzagerecht is een wettelijke uitzondering op de geheimhoudingsplicht. Voor de wijziging was slechts toestemming van de patiënt en een wettelijke plicht een grond in de wet, andere gronden werden via jurisprudentie bepaald. Met deze wijziging worden de bestaande gronden aangevuld met nog twee wettelijke gronden. De gronden voor inzagerecht van nabestaanden in artikel 7:458a BW zijn:

  1. een persoon ten behoeve van wie de patiënt bij leven toestemming heeft gegeven indien die toestemming schriftelijk of elektronisch is vastgelegd;
  2. een nabestaande als bedoeld in artikel 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, of een persoon als bedoeld in artikel 465 lid 3, indien die nabestaande of die persoon een mededeling over een incident op grond van artikel 10, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg heeft gekregen;
  3. een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.

Met de bovengenoemde gronden is getracht duidelijkheid te scheppen voor het inzagerecht van nabestaanden, om tegemoet te komen aan hun behoeften. Echter, er blijkt nog steeds veel onduidelijkheid te bestaan omtrent de interpretatie. De onduidelijkheid met betrekking tot de eerste wettelijke grond is of de patiënt toestemming moet hebben gegeven voor na zijn overlijden of dat toestemming voor inzage tijdens het leven voldoende is voor inzage na het overlijden. Een andere onduidelijkheid is de te brede en niet afgebakende grond van een zwaarwegend belang, ‘een ieder’ kan er een beroep op doen wat rechtsonzekerheid kan creëren.

Onduidelijkheid omtrent inzage mentor, vertegenwoordiger en curator

Het inzagerecht voor nabestaanden gold voor een ex-mentor, -vertegenwoordiger of een -curator, na de wetswijziging ontstond onduidelijkheid of dat met de nieuwe situatie nog steeds het geval is. Op 16 april 2019 is door het lid Renkema een motie ingediend om expliciet aandacht te schenken aan het inzagerecht van ex-mentor, -vertegenwoordiger en -curator in een handreiking die nog ontwikkeld zal worden door het veld. Deze motie is aangenomen door de Tweede Kamer.

 Financiële/administratieve gevolgen

Als zorgaanbieder zullen deze wijzigingen flinke lasten met zich meedragen. De lasten zullen zich onder meer toespitsen op een cultuurverandering binnen de hulpverleners om het gesprek met de patiënt anders in te steken, beginnend bij de opleiding en/of nascholing. De verlenging van de bewaartermijn van het medische dossier betekent ook hogere structurele lasten voor een administratief goed georganiseerde organisatie. Als laatste is het voor het inzagerecht belangrijk om de toestemming van de patiënt, indien gegeven, expliciet vast te leggen voor tijdens het leven en ná het overlijden. De rechtspraktijk zal verder uitwijzen hoe er invulling wordt gegeven aan de wijziging van de Wgbo.

Van Regels naar Mensen

Dit team van creatieve aanpakkers en bevlogen professionals pakt vraagstukken bij de kern beet.

Maak kennis met BOUF
Contact