Eerste ontwikkelingen invoering abonnementstarief Wmo 2015

Per 1 januari 2020 wordt een volgende stap gezet met betrekking tot de invoering van een abonnementstarief voor voorzieningen uit de Wmo 2015. Afgelopen jaar is een eerste stap reeds gezet, met de introductie van een vaste maximale bijdrage (€17,50 per vier weken) voor maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten in het kader van de Wmo. Vanaf 2020 komt ook een gedeelte van de algemene voorzieningen daar nog bij. Met het abonnementstarief moet de stapeling van kosten voor cliënten worden vermindert. Daarbij komt dat het tarief de eigen bijdrage voor cliënten verlaagd, waardoor de zorg minder zou moeten worden gemeden door groepen cliënten die wel zorg behoeven.

Op 18 november jl. kwam er een eerste rapportage naar buiten van de Monitor Abonnementstarief Wmo. Hoewel er nog geen data is over het afgelopen jaar (analyses aan de hand van data volgen nog wel de komende jaren), is er wel een kwalitatief diepteonderzoek uitgevoerd bij 18 gemeenten over het eerste halfjaar van 2019. Het onderzoek heeft niet de bedoeling een representatief beeld voor heel Nederland te schetsen, daar de situatie per gemeente behoorlijk kan verschillen. Wel geeft het een eerste inkijkje in de ontwikkelingen. Enkele van de gesignaleerde (knel)punten uit de eerste rapportage volgen onderstaand.

  1. Vooral cliënten met midden of hoge inkomens profiteren van het lage vaste tarief. Voor cliënten met een laag inkomen verandert er vaak niet veel, omdat zij doorgaans al een minimum aan eigen bijdrage betaalden. Het lijkt erop dat (mede hierdoor) vooral midden en hoge inkomens meer gebruik zijn gaan maken van Wmo-voorzieningen. Gemeenten geven aan dat er sinds 2019 relatief veel gebruik wordt gemaakt van Wmo-voorzieningen uit hogere inkomensklassen, waar deze groep voorheen nauwelijks aanvragen deed.
  2. Door het lage tarief is er minder de prikkel aanwezig (eerst) gebruik te maken van eigen mogelijkheden en eigen netwerk bij behoefte aan ondersteuning en zorg. Voor midden en hoge inkomens is het financieel gezien logischer geworden om voor bepaalde voorzieningen, zoals hulp bij huishouden, ondersteuning vanuit de Wmo aan te vragen. Het gebruik van Wmo-voorzieningen lijkt daardoor toe te nemen. Op dit vlak is de invoering van het abonnementstarief voor gemeenten vaak tegenstrijdig met het beleid dat gestreefd wordt naar zelfredzaamheid van de burger, waarbij eigen netwerk en middelen een centrale positie innemen.
  3. De doorstroom van de Wmo naar de Wlz gaat wellicht verminderen, nu het door het lage tarief voor cliënten aantrekkelijker is om (zolang het mogelijk is) in de Wmo te blijven.
  4. Gemeenten geven aan dat de toename in gebruik van Wmo-voorzieningen meerdere oorzaken kent, maar dat de invoering van het abonnementstarief wel een voorname is. Er is (meestal) nog geen indicatie dat er sprake is van meer stapeling van voorzieningen per cliënt dan voorheen.
  5. Sommige gemeenten maken zich zorgen over het gehanteerde verdeelmodel op basis waarvan het Rijk de gemeenten compenseert voor derving in inkomsten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Deze zou niet voor alle gemeenten met de werkelijkheid stroken waardoor de compensatie te laag uit kan vallen.

Het is nog te vroeg dag om (stevige) uitspraken te doen over de gevolgen van de invoering van het abonnementstarief op het gebruik van de Wmo-voorzieningen. In 2020, 2021 en 2022 wordt de monitor herhaald waarbij zowel kwantitatieve informatie als een kwalitatief diepteonderzoek over het voorgaande kalenderjaar beschikbaar worden gesteld. De monitor kan helpen duiden of het gebruik van de Wmo-voorzieningen door de intrede van het abonnementstarief de gewenste kant op beweegt, of dat er moet worden bijgestuurd. Het is waardevol om deze ontwikkelingen de komende jaren te blijven volgen, zeker nu de eerste hobbels al gesignaleerd lijken te zijn.

Mr. Christian Pouwels

Van Regels naar Mensen

Dit team van creatieve aanpakkers en bevlogen professionals pakt vraagstukken bij de kern beet.

Maak kennis met BOUF
Contact